maandag 2 mei 2011

Verslag Lot van Baaren vanuit Palestina, 1 mei 2011

Beste allemaal,

Naast het grote politieke verhaal, is het toch vooral de impact van de bezetting op het dagelijks leven, dat mij elke keer weer het meest raakt als ik hier in Palestina ben. De impact op het werken, studeren, het reizen en het dromen van een toekomst. De dagelijkse vernedering, de pesterijen, de arrogantie van de macht, van de bezetter. En altijd verbaas ik me ook weer over de veerkracht van de Palestijnen. Ondanks alles en al die jaren houden ze vol, blijven ze zich verzetten en blijven ze het gastvrije volk dat ze zijn.

Op 29 april was ik in Nabi Saleh (http://nabisalehsolidarity.wordpress.com/), waar ik logeerde bij Manal Tammimi. Zowat het hele dorp met 550 inwoners heet Tammimi en de uitgebreide familie staat bekend om hun strijdbaarheid. Ik heb er vrijdag iets van kunnen zien. Het is een trotse familie die zich niet alleen tegen de muur verzet. Of tegen de nederzetting die op hun grond werd gebouwd en al in 1978 door Israëlisch Hooggerechtshof illegaal werd verklaard, maar sindsdien alleen maar gegroeid is. Ze verzet zich ook niet alleen tegen de annexatie van de enige waterbron van het dorp in 2009, hoewel dat wel de aanleiding was voor opnieuw oplaaiend verzet. De zoveelste pesterij. Water voor olijfbomen en moestuinen is nu drinkwater en wordt dus duur betaald. Maar als ik het Manal Tammimi vraag, zegt ze “ik verzet me gewoon tegen het gekoeioneer, tegen de bezetting in zijn totaliteit. Ik ben het zat van alles en nog wat niet te mogen. Ik heb niemand wat misdaan en zie het gewoon niet zitten dat ik niet met mijn kinderen kan gaan of staan waar ik wil op mijn eigen land.” Ze is één van de vrouwen die het verzet in Nabi Saleh een gezicht geven. Vrouwen nemen steeds vaker het initiatief en zijn minstens zo vastberaden als de mannen. Ze is al een keer gearresteerd en is nu voorwaardelijk vrij. Mengt zich daarom zo min mogelijk onder de demonstranten. Maar met haar huis in de frontlinie, staat haar deur altijd open voor wie achterna gezeten wordt en wil schuilen voor de ladingen traangas en rubber kogels. Omdat ze vrijwel als enige Engels spreekt in het dorp is ze ook het gezicht naar de buitenwereld.
Vrijdag was er voor het eerst een Israëlische filmploeg naar het dorpje gekomen. Met plaatsvervangende schaamte hoorde ik de -voor Israëlische begrippen erg vrijdenkende- journaliste vragen: “u wordt toch niet per ongeluk betaald om uw kinderen te laten demonstreren?” Manal bleef onbewogen onder de vraag: “mijn kinderen zijn net als ik: ze willen gewoon kunnen spelen waar ze willen, maar vraag hen zelf waarom ze mee de straat op gaan, ze zullen het graag vertellen”. Om tegelijk te pareren met “van mij mogen de settlers ook gewoon blijven hoor, ik zal daar niet moeilijk over doen. We kunnen best met zijn allen in dit land wonen, maar laat ze zich dan wel als goede buren gedragen en laten we zorgen dat onze kinderen met elkaar spelen”.
Het dorp is overigens wel duidelijk in haar uitgangspunt, ze gaan voor geweldloos verzet. En dat omvat ook  de klompen klei die de kinderen naar de legervoertuigen gooien en die als ze al raak zijn uiteenspatten tegen het raam. Je ziet de triomf van de jongens afstralen, maar weet dat dit zo'n ongelijke strijd is. Klompen klei van kinderen, hoe hard ook, tegen legervoertuigen en de vaak tientallen, soms honderden bewapende Israëlische soldaten. Maar elke vrijdag weer rukken de inwoners van het dorp op richting geannexeerde bron. Waar ze nooit komen. Traangas en rubber kogels verhinderen dat. Soms wordt ook met scherp geschoten. En tegenwoordig hebben ze weer een nieuwe pesterij bedacht: 'skunk water'.
Naast het voor mij van vroeger nog bekende traangas, heb ik mijn eerste 'skunk-water'-aanval meegemaakt. Ze zetten een soort waterkanon in dat ongelofelijk stinkende smurrie spuit, die je maar met moeite uit je kleren gewassen krijgt. Mijn schoenen heb ik al weg moeten gooien. Op de wegen en in het land blijft het zonder flinke regenval wekenlang stinken. Regelmatig moet je het kokhalzen onderdrukken. Het hele huis van Manal werd ermee ondergespoten. In Israël en de rest van de wereld klinkt het vervolgens lekker onschuldig vergeleken bij alle geweld: gewoon wat 'stinkwater'. Maar het is zo vernederend, er spreekt zo'n disrespect uit. En dan heb ik het nog niet over het werk (natuurlijk weer vooral van vrouwen) om alles weer enigszins schoon te krijgen. Om dat soort lage praktijken kan ik me zo kwaad maken. Net als een ander nieuwe sport van settlers: wilde everzwijnen verzamelen en ze dan in roedels bij de Palestijnse dorpen loslaten. Niet alleen wroeten ze alle moestuinen overhoop, ze zijn ook echt wild en gevaarlijk, hebben zelfs al twee dodelijke slachtoffers gemaakt. En dan blijkt er vervolgens ook nog een wet te bestaan die belachelijk hoge boetes zet op het neerschieten van 'settlers-cattle', waar ze dan in ene onder vallen. En ook hier is doorgedacht want niet voor niets zijn het zwijnen, ook voor de moslims onreine dieren, die ze op hun dak krijgen. Gewoon die bedachte vernedering, daar zou je toch knettergek van worden.
Maar Manal krijgen ze niet gek. Niet met de stinkende smurrie op haar dak, het traangas in haar huis of de dreiging van de zwijnen. “Dat is nu eenmaal de bezetting” zegt ze, “ en toch laat ik me niet koeioneren”. Zelfs met haar zoon van elf in het ziekenhuis, bleef ze vrijdag thuis op haar post. Een ander familielid bezocht Hameda, die er nog zeker tien dagen moet liggen omdat ze vorige week gericht met traangasgranaten op hem schoten. Ze raakten hem in zijn rug, waardoor zijn nier en lever beschadigd zijn. Wat doet die arrogantie van de macht met mensen dat ze een elfjarig kind in zijn rug te schieten?

Nou, ik heb mijn portie onrecht wel weer gehad.

Gelukkig was het ook nog 1 mei en heb ik al veel gehoord over popular people commitee-conferenties, independent unions en bds-campagnes en natuurlijk over de Arabische revoluties. Het roezemoest in Palestina en er gebeurt een hoop. Natuurlijk de gezamenlijke verklaring van Hamas en Fatah en de idiote reactie van Netanyahu om te kiezen tussen vrede en Hamas. In Nabi Saleh liep ik met een bord waarop Netanyahu zelf kon kiezen: vrede of settlements. Nu Israël haar financiele grip direct laat gelden en de salarissen van de werknemers in de publieke sector dus weer direct onder druk staan en waarschijnlijk niet uitbetaald gaan worden, is ook vanuit onze bond solidariteit aan de orde. Op de terugweg vandaag via Nablus hoorde ik al over een staking morgen van de Universiteitsmedewerkers. Ik heb nog precies anderhalve dag en zal gelijk eens kijken of ik daar nog iets in kan betekenen. Ik zit niet voor niets in een bestuur van een vakbond die solidariteit met Palestijnse collega's in haar programma heeft staan, toch?

Ondanks alles, of juist dankzij, zijn de meeste Palestijnen die ik spreek weer hoopvol. Misschien bezwijkt de Palestijnse Autoriteit wel onder alle druk en daarmee is Israël haar gesprekspartner en ook beheersinstrument kwijt. Dat opent perspectieven. Terwijl er ook het nieuwe Egypte is, dat hoe broos het er ook nog is, ten aanzien van de Palestijnse zaak ineens weer een steun in de rug is. Steeds vaker kan men hier in de krant lezen dat Israël zich ongerust maakt en dat op zich is al een goed teken. De druk opvoeren is het devies. Wat mij betreft gaan we als Abvakabo FNV gauw aan dat BDS-debat staan samen met het International Institute of Social Studies (van de Erasmus Universiteit in my hometown) en hoe klein de stapjes ook zijn, stel je voor dat al die stapjes en stappen nu eens een geheel geven dat meer is dan de som der delen.....

Lot van Baaren, 1 mei 2011 tegen middernacht


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.