donderdag 20 februari 2020

Het 'Vredesplan' van Trump is Apartheid, aldus de president van Zuid-Afrika.

Trump’s “peace” plan is apartheid, says South Africa’s president

On Tuesday I appeared on The Heat, on China’s CGTN television, to discuss the so-called Deal of the Century – the “peace” plan recently released by the Trump administration.

Further
https://electronicintifada.net/blogs/ali-abunimah/trumps-peace-plan-apartheid-says-south-africas-president

donderdag 13 februari 2020

VN publiceert lijst van bedrijven die zakendoen met Israëls illegale nederzettingen

VN publiceert lijst van bedrijven die zakendoen met Israëls illegale nederzettingen

Booking.com en drie andere Nederlandse ondernemingen staan op lijst van 112 bedrijven die betrokken zijn bij Israëls kolonisering van Palestijns gebied, een oorlogsmisdaad.

Na jarenlange vertraging publiceerde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties woensdag een lijst van bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische kolonisering van Palestijns land. In maart 2016 gaf de raad de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN opdracht tot het samenstellen van deze zogeheten database. Die moest in maart 2017 aan de raad worden overgedragen. De vertraging is, zoals wij eerder schreven, het gevolg van grote Amerikaanse en Israëlische druk om publicatie van de database te voorkomen.


Vier Nederlandse bedrijven

Op de lijst staan 112 bedrijven. Daarvan zijn er 94 Israëlisch. De overige 18 komen uit zes landen: de VS (6 bedrijven), Nederland (4), Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (ieder 3) en Luxemburg en Thailand (ieder 1). Onder de Amerikaanse ondernemingen zijn bekende bedrijven als Motorola, Expedia, Tripadvisor en Airbnb.
 
Verhuurplatform Airbnb besloot in november 2018 alle advertenties voor accommodaties in de illegale Israëlische kolonies (‘nederzettingen’) op de bezette Westelijke Jordaanoever van zijn website te verwijderen. Dat besluit kwam Airbnb op een stroom beschuldigingen, verdachtmakingen en dreigementen van Israël en de zogenoemde Israël-lobby te staan, terwijl in Israël en de VS rechtszaken tegen het bedrijf werden aangespannen. Onder die druk draaide het platform zijn besluit terug.
 
De vier Nederlandse bedrijven op de lijst zijn telecombedrijf Altice Europe, vastgoedbedrijf Kardan, projectontwikkelaar Tahal Group International en het bekende Booking.com. Het laatstgenoemde bedrijf werd eind 2017 door onder andere The Rights Forum, Human Rights Watch en Amnesty International opgeroepen zijn promotie van accommodaties in de Israëlische nederzettingen te staken. Het bedrijf hield zich doof voor die oproepen en had niet het fatsoen op brieven te reageren.


Pensioenfondsen PFZW en ABP

De lijst is om nog een reden relevant voor Nederland. Zij telt een groot aantal bedrijven waarmee Nederlandse bedrijven zakendoen. Het Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) belegt in vijf Israëlische bedrijven die op de lijst staan: Bezeq, Energix, Delek, Paz Oil en Shufersal. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) belegt in vier Israëlische bedrijven (Bank Hapoalim, Bank Leumi, Matrix IT en Bezeq) en een Nederlands bedrijf (Altice Europe NV) op de lijst.
The Rights Forum heeft de afgelopen jaren gesprekken met beide pensioenfondsen gevoerd over hun beleggingen in ‘besmette’ bedrijven, en organiseerde in 2018 een op het ABP gerichte petitie. Hoewel beide fondsen onderstrepen dat zij verantwoord willen beleggen, vertelt de praktijk een ander verhaal.
 
Benadrukt zij nogmaals dat de Israëlische nederzettingen op de Westoever en in Oost-Jeruzalem door de VN-Veiligheidsraad in een reeks bindende resoluties als illegaal zijn veroordeeld. Het Internationaal Gerechtshof kwam in 2004 in zijn adviesrapport over de Israëlische ‘Afscheidingsmuur’ tot hetzelfde oordeel. In het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof – het Statuut van Rome – wordt het koloniseren van bezet gebied gedefinieerd als een oorlogsmisdaad. Hoofdaanklaagster Fatou Bensouda van het Strafhof nam in december het principebesluit een onderzoek naar oorlogsmisdaden in bezet Palestijns gebied in te instellen.
 
Bedrijven die het maatschappelijk verantwoord ondernemen serieus nemen houden zich verre van het koloniseringsproject, dat bovendien gepaard gaat met militaire bezetting en massieve schendingen van de mensenrechten. De (inter)nationale gedragscodes op dit terrein – de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, de OESO-richtlijnen en het Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten – verlangen van bedrijven dat zich in hun productketens geen schendingen van de mensenrechten voordoen. Wie toch in zee gaat met partners die bij zulke schendingen betrokken zijn, raakt daar in de klassieke dubbelrol van ondersteuner en profiteur zelf bij betrokken. De gedragscodes vormen een integraal onderdeel van het Nederlandse mensenrechtenbeleid en gelden ook voor overheden.


Busonderneming EBS

Ook voor die Nederlandse overheden is de database relevant. Een van de bedrijven op de lijst is de Israëlische busonderneming Egged, wiens dochterbedrijf Egged Bus Systems (EBS) in meerdere Nederlandse regio’s het busvervoer verzorgt. EBS is al langer actief in Waterland (Noord-Holland), en kreeg in juli 2018, ondanks gefundeerde bezwaren van onder meer The Rights Forum, een tweede vergunning voor busvervoer in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), een samenwerkingsverband van 23 gemeenten.
 
De oproep om de mensenrechten te respecteren werd door de Metropoolregio afgedaan als ‘niet aan de orde’. Dat de regio en de 23 gemeenten op grond van de zogeheten ketenaansprakelijkheid nu zelf betrokken zijn bij de schendingen waaraan Egged zich bezondigt, en dat veel burgers er niets voor voelen zich door EBS te laten vervoeren, werd schouderophalend afgedaan.
 
Op grond van het mensenrechtenbeleid zijn Waterland en de Metropoolregio nu verplicht zich actief in te zetten voor beëindiging van de misdragingen van Egged, en dienen zij te verantwoorden welke activiteiten zij in dit verband ontplooien en welk effect die hebben. Beide regio’s hebben het op dit punt volledig laten afweten.


Dadels uit de nederzettingen

Een ander bedrijf op de lijst dat relevant is voor Nederland is de Israëlische dadelexporteur Hadiklaim, die onder merknamen als Bomaja dadels levert aan Nederlandse supermarkten en winkels. De dadels zijn afkomstig uit de Jordaanvallei en worden door Israëlische kolonisten geteeld op land dat de Palestijnen toebehoort.
 
Veelvuldig worden de dadels onder het misleidende etiket ‘Product uit Israël’ door Nederlandse winkeliers te koop aangeboden. Daarnaast belandden ze via een door ons beschreven sluiproute zelfs als ‘Nederlandse dadels’ in de schappen van onder meer Dirk, DekaMarkt en groothandel Makro.
The Rights Forum publiceerde regelmatig over de dadelimport en het daarmee gepaard gaande gesjoemel met etiketten, en wees de genoemde bedrijven op hun verantwoordelijkheden. In reactie daarop liet Makro Nederland weten dat het geen dadels uit de nederzettingen meer importeert en per 1 januari alleen nog dadels uit Israël zelf verkoopt. De supermarkten Dirk en DekaMarkt lieten ons weten zelf onderzoek naar de herkomst van hun dadels in te stellen alvorens met een reactie te komen.


Palestijnen positief

Van Palestijnse zijde wordt de publicatie van de database allerwegen toegejuicht. Namens de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) verwelkomde secretaris-generaal Saeb Erekat de lijst als eerste concrete stap ‘in ruim vijftig jaar om Israël verantwoordelijk te stellen voor zijn illegale, koloniale nederzettingenproject’ en bedrijven ervan te doordringen dat zij ‘hun medeplichtigheid daaraan en hun ontkenning van het Palestijnse recht op zelfbeschikking’ dienen te staken.
Erekat wijst erop dat de lijst nog verre van compleet is, een beperking waarop ook Ali Abunimah van Electronic Intifada wijst en die door de opstellers van de lijst zelf wordt onderkend. Zij schrijven dat de lijst een jaarlijkse update zal krijgen, en adviseren de Mensenrechtenraad die taak toe te vertrouwen aan externe deskundigen.

De Palestijnse premier Mohammad Shtayyeh kondigde aan dat de Palestijnse Autoriteit de bedrijven op de lijst juridisch zal laten vervolgen. ‘Wij zullen compensatie eisen voor het illegaal gebruiken van ons land en het deelnemen aan economische activiteiten zonder onze wetten te respecteren en belasting af te dragen’, aldus Shtayyeh.
 
Ook Human Rights Watch reageert uitgesproken positief op het verschijnen van de lijst. De gerenommeerde mensenrechtenorganisatie, die de afgelopen jaren geregeld op publicatie van de database heeft aangedrongen, spreekt van ‘cruciale vooruitgang in de mondiale inspanningen om te verzekeren dat bedrijven hun medeplichtigheid aan rechtenschendingen staken en het internationaal recht respecteren’. De organisatie onderstreept dat ‘het zakendoen met de illegale nederzettingen neerkomt op steun voor oorlogsmisdaden’.


Drieste Israëlische reacties

Uit Israël kwam de verwachte stroom verontwaardigde en drieste reacties, zoals gebruikelijk wanneer het land wordt aangesproken op zijn rechtenschendingen. De Mensenrechtenraad en Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten Michelle Bachelet worden door Israëlische bewindslieden, politici en woordvoerders van de kolonistenbeweging uitgemaakt voor alles wat lelijk is: ze zouden ‘discrimineren’ en ‘anti-Israëlisch’ en ‘antisemitisch’ zijn. Bovendien zouden ze deel uitmaken van ‘de boycot- en BDS-beweging’.
 
Volgens president Reuven Rivlin doet de ‘beschamende’ lijst denken aan ‘donkere periodes in onze historie’, daarmee doelend op de jodenvervolging door de nazi’s en andere regimes. De Israëlische bedrijven die de nederzettingeneconomie op gang houden zijn volgens hem ‘patriotten’ die door Israël gesteund en verdedigd zullen worden.
 
Israël stelt de Mensenrechtenraad en Bachelet ‘serieuze gevolgen’ in het vooruitzicht en maakte woensdagavond bekend de contacten met Bachelet te bevriezen. Op vragen en uitnodigingen van haar en haar in Israël gestationeerde medewerkers zal niet meer worden gereageerd. Of het besluit nog andere consequenties heeft voor de medewerkers in Israël is onduidelijk.


Nederland negatief

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is volgens de NOS negatief over de publicatie van de lijst. Een woordvoerder liet weten dat de VN zich niet moet bemoeien met activiteiten van bedrijven in de Israëlische kolonies. Het is niet aan de VN, maar aan de afzonderlijke landen om bedrijven bewust te maken van het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen, aldus de woordvoerder. Het is een merkwaardig argument, gezien de leidinggevende rol van de VN in het opstellen van de eerdergenoemde UN Guiding Principles on Business and Human Rights, en het belang dat Nederland daaraan zei te hechten.
 
Het ministerie beschouwt de database bovendien als voorbeeld van ‘disproportionele’ gerichtheid op Israël. Dat de Mensenrechtenraad eerder soortgelijke lijsten opstelde met betrekking tot Myanmar en de Democratische Republiek Congo blijft buiten beschouwing, evenals het feit dat deze beide lijsten zonder jarenlange vertraging tot stand kwamen. Het ministerie stelt dat Nederland zich destijds in de Mensenrechtenraad heeft verzet tegen het besluit de nederzettingen-database op te stellen.
 
Opvallend is dat de NOS in het nieuwsbericht een oude hoax, destijds mede op eigen initiatief de wereld ingebracht, nieuw leven inblaast door te stellen dat de Mensenrechtenraad ‘in 2015 onder vuur kwam omdat Saudi-Arabië voorzitter werd, een land dat op het gebied van de mensenrechten een bedroevende reputatie heeft’. Saudi-Arabië is nooit voorzitter van de Mensenrechtenraad geweest, noch is er ooit sprake van geweest dat het dat zou worden of zelfs maar ambieerde.

Zie ook ITUC d.d. 19/2/20
UN database on companies operating in illegal Israeli settlements welcomed https://www.ituc-csi.org/un-database-on-companies-operating

 
Verder
https://rightsforum.org/nieuws/vn-publiceert-lijst-van-bedrijven-die-zakendoen-met-israels-illegale-nederzettingen/

woensdag 12 februari 2020

Een boek: de Britse 'erfenis' in Palestina

Britain’s poisoned legacy in Palestine

Legacy of Empire: Britain, Zionism and the Creation of Israel by Gardner Thompson, Saqi Books (2019)

The recent defeat of the UK’s Labour Party amid a relentless campaign to smear its leader, Jeremy Corbyn, as an anti-Semite makes the appearance of historian Gardner Thompson’s Legacy of Empire: Britain, Zionism and the Creation of Israel especially relevant.

Corbyn likely would have become the first British prime minister to renounce the notorious Balfour Declaration of 1917, which gave Britain’s colonial endorsement to the establishment of a Jewish “national home” in Palestine. The baseless charges of anti-Semitism that dogged Corbyn are wholly hypocritical given the links between Zionism, British colonialism and real anti-Semitism.

Legacy of Empire documents how this strange brew of ideologies and bigotry led to the denial of the Palestinian people’s right to self-determination. Thompson covers the period from the birth of Zionism in 1897 to the establishment of Israel in 1948, but the author maintains that “Israel’s origins are properly sought in the period of the First World War” (1914-1918).

Further

https://electronicintifada.net/content/britains-poisoned-legacy-palestine/29281

Palestine in Israeli school books, Mrs Elhanan-Peled.


Palestine in Israeli school books van Mrs Elhanan-Peled.
https://b-ok.cc/book/3526443/f39f8a



Palestine in Israeli School Books: Ideology and Propaganda in Education


Each year, Israel's young men and women are drafted into compulsory military service and are required to engage directly in the Israeli-Palestinian conflict. This conflict is by its nature intensely complex and is played out under the full glare of international security. So, how does Israel's education system prepare its young people for this? How is Palestine, and the Palestinians against whom these young Israelis will potentially be required to use force, portrayed in the school system? Nurit Peled-Elhanan argues that the textbooks used in the school system are laced with a pro-Israel ideology, and that they play a part in priming Israeli children for military service. She analyzes the presentation of images, maps, layouts and use of language in History, Geography and Civic Studies textbooks, and reveals how the books might be seen to marginalize Palestinians, legitimize Israeli military action and reinforce Jewish-Israeli territorial identity. This book provides a fresh scholarly contribution to the Israeli-Palestinian debate, and will be relevant to the fields of Middle East Studies and Politics more widely

 A presentation by Nurit Peled-Elhanan. 
Peled-Elhanan is an Israeli professor of language and education at the Hebrew University of Jerusalem and a human rights activist. She is a 2001 co-laureate of the Sakharov Prize for Freedom of Thought awarded by the European Parliament.
https://www.youtube.com/watch?v=spIdHb5JDXY
 
Palestine in Israeli School Books: Nurit Peled-Elhanan
https://www.youtube.com/watch?v=pWKPRC-_oSg

 
Lecture by Nurit Peled-Elhanan – Palestine in Israeli School Books 
https://www.youtube.com/watch?v=aJSJ5ZduO48

dinsdag 28 januari 2020

Herinner je Auschwitz !

Analyse -

Herinner Auschwitz, maar vergeet niet wat Auschwitz mogelijk maakte

vrijdag 24 januari 2020 12:04
  

Op 27 januari 1945 werd Auschwitz bevrijd door het Rode Leger. Naar schatting 1,1 miljoen mensen werden er in een periode van enkele jaren op industriële wijze afgeslacht. De ijzeren ingangspoort van Auschwitz I met daarboven de ziekelijk cynische leuze ‘Arbeid maakt vrij’ en de wachttoren waaronder de trein binnenreed in Auschwitz II (of Birkenau) zijn symbolen van dood en vernietiging geworden. Auschwitz fungeert vandaag als de naam voor de grootst mogelijke zonde en de ultieme boosaardigheid.

    

Maar het is makkelijk, al te makkelijk, om Auschwitz te beschouwen als het ultieme kwaad, voortgebracht door een inherent immorele ideologie. Zo opgevat is Auschwitz een exces, een historische ontsporing waarvoor enkel het nazisme de schuld draagt. Dat is makkelijk omdat het geruststellend is. Het is een weigering om te kijken in de spiegel die Auschwitz is en blijft.


Iemand die deze spiegel als geen ander heeft voorgehouden is de dichter, essayist en politicus Aimé Césaire. In zijn Discours sur le colonialisme, een essay dat een luttele vijf jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd geschreven, stelt Césaire dat de holocaust het moment was waarop koloniale procedures die eeuwenlang op niet-Europeanen werden toegepast in het hart van Europa opdoken. Het kolonialisme van Europa werd naar binnen toe geplooid, de wreedheden die eeuwenlang geëxporteerd werden, keerden terug naar de afzender.


De stelling van Césaire is geen provocatie, maar een historische waarheid die al te vaak vergeten wordt. De geschiedenis van de kampen is bij uitstek een koloniale geschiedenis. Eigen aan het concentratiekamp is dat het een plaats betreft waarin mensen voor onbepaalde tijd en zonder veroordeling worden vastgehouden. Meestal omdat ze behoren tot een groep die vaagweg wordt omschreven als een ‘maatschappelijk gevaar’ of een ‘vijand’. Dergelijke kampen ontstonden toen de VS inheemse volkeren verder westwaarts dreef in de jaren 1830 en doken opnieuw op tijdens de tienjarige oorlog te Cuba (1868-78), de Filippijns-Amerikaanse oorlog (1899-1902) en tijdens de Boerenoorlog (1899-1902).

 
Verder

 https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2020/01/24/herinner-auschwitz-maar-vergeet-niet-wat-auschwitz-mogelijk-maakte/

 
En zie 

https://electronicintifada.net/blogs/ali-abunimah/how-israel-exploits-holocaust-remembrance-day

 

https://mondoweiss.net/2020/01/outrage-over-orla-guerins-report-shows-whats-wrong-with-holocaust-remembrance/

 

donderdag 2 januari 2020

Palestinian human rights cannot be addressed without decolonisation

Ramona Wadi
Middle East Monitor  /  December 19, 2019
 
The latest report by the UN Committee on the Elimination of Racial Discrimination (CERD) is a stark reminder of how Israel’s colonisation process in Palestine has created differences that are irreconcilable with the framework of human rights and international law. In particular, the CERD pointed out the discrimination inherent in Israel’s Nation-State Law, settlement expansion and the apartheid practices faced by Palestinians in the occupied Palestinian territories.
While the report points out issues that have long been debated, the CERD’s succinct observations enable readers to conceptualise the dynamics that make human rights violations a recurring cycle. Rather than a singular focus on separate issues, such as settlement expansion, the report looks at each strand of discrimination and how this affects the Palestinian population whose right to any recourse is severely restricted due to Israeli impunity.
 
Meanwhile, another report in Israeli media has attempted to juxtapose international law against the US unilateral decisions as concessions to Israel, in particular when it comes to settlement expansion. The CERD, however, affirms the illegality of settlements as “not only illegal under international law but also an obstacle to the enjoyment of human rights by the whole population.” It also describes Israel’s Nation-State law as elevating settlements to “a national value.” For Israel, though, settlements are defined according to the US-Israeli plan, hence the insistence on contradicting the CERD report by referencing the recent US declaration on settlement expansion.
The UN report also highlights the incessant discrimination against Palestinians and minority groups, as well as how Israel prevents such groups from accessing justice. It also called upon Israel to eradicate “all policies and practices of racial segregation and apartheid.”
  
Throughout the report, it is clear that the historical dispossession of the Palestinian people by Israel is continuing under an assortment of violations, all of which have been discussed regularly, albeit dissociated from the historical context and the wider developments which have led to many divisions among Palestinians, despite them all facing similar circumstances. Settlement expansion — the first symptom of colonial Israel since its inception — is tied to a multitude of violations involving state and settler violence. Appropriating Palestinian territory, as well as the restrictions placed upon Palestinian people, is a precursor to other losses in terms of access to agricultural land and water. The CERD report points towards the seamless actions of state violence through appropriation and displacement, and settler violence against Palestinians, their properties and their land, as a prevailing dynamic that needs to be addressed in order for Palestinians to at least avail themselves of the basic necessities associated with human rights.
 
However, with Israel always in contempt of international law, holding the colonial-settler state accountable as the CERD has recommended is a futile course of action unless this is backed by the international community. The committee has given Israel a year to submit information regarding the documented violations. Within that year, though, Israel will have committed even more human rights violations that will be addressed statistically for reporting purposes. Recommending that Israel ratifies human rights treaties is only one part of the path towards any possible accountability. It cannot be expected that a colonial-settler entity will ever stick to any human rights framework. The only permanent solution to the absence of any human rights for Palestinians, therefore, is decolonisation; Israel’s colonial-settler occupation must end.

Ramona Wadi is an independent researcher, freelance journalist, book reviewer and blogger; her writing covers a range of themes in relation to Palestine, Chile and Latin America

https://palestina-komitee.nl/?p=10084

woensdag 1 januari 2020

Vervuiling in bezet gebied / This B’Tselem Report Exposes Israel’s Pollution of the Occupied West Bank

By Ramona Wadi
 
Israel remains the only UN member state which has never declared where its borders are. In fact, it has refused to demarcate any borders due to the Zionist intention to colonize the whole of historic Palestine. For less desirable requirements, however, it does not hesitate to apply a temporary suspension of its agenda, recognize separate areas and impose additional hardships on Palestinians.
  
As with several other discriminatory policies, Israel acknowledges Palestinian existence and land only when it can use such recognition to suit its nefarious purposes. Human rights group B’Tselem’s December 2017 report called “Made in Israel: Exploiting Palestinian Land for Israeli Waste” reveals that there are 15 Israeli waste treatment facilities in the occupied West Bank. Six of these facilities process hazardous waste.
  
By treating its waste in the occupied Palestinian territory, Israel is evading several responsibilities which can be summarised by pointing out one particular discrepancy, as B’Tselem states: “Transferring waste into an occupied territory is a far graver issue, as residents of an occupied territory cannot oppose the decisions of the occupying power.”
  
The report investigated four of the hazardous waste treatment facilities and a sewage treatment plant in the occupied West Bank. The ramifications of such facilities, which B’Tselem states are operating without strict control, include the contamination of soil and water, the risk of drug resistant organisms and an increased threat of illness. Natural resources are also being damaged permanently.
  
B’Tselem has outlined the differences in Israel’s waste treatment legislation, showing that it applies less stringent procedures for waste facilities in the occupied West Bank. Inside Israel “proper” — that is, the land not recognised as occupied by international law — waste treatment facilities require permits from the Ministry of Environmental Protection. The facilities are also required to carry out assessments that detail their impact upon the environment. Since waste treatment facilities in the occupied West Bank are regulated by the Administration of Local Councils, Israel does not face the same obligations and is therefore not required to carry out impact assessments due to the absence of legislation on pollution.
  
The exemptions from accountability in the occupied West Bank have made it easier for hazardous waste to be treated away from scrutiny and with the opportunity to oppress Palestinians further. B’Tselem makes an important observation in this regard; it is Palestinians who are denied freedom of movement and whose spaces are restricted, unlike the Israeli settler population in the occupied territories, who have the freedom to live anywhere they choose.
  
With such discrepancies as a result of colonial expansion, it is important to make a connection between the violations and Israel’s exploitation of land and how it defines ownership. The report’s conclusion reads thus: “Israel has turned the West Bank into a sacrifice zone, exploiting and harming the environment at the expense of the Palestinian residents, who are completely excluded from the decision-making process.” The last premise, which is the exclusion of Palestinians, is disregarded routinely when discussing the implications of Israeli colonialism, due to the refusal to connect land appropriation with the consequences of such exploitation.
 
This report clearly associates the environmental and health impact with the wider colonial project. The international community’s recording of Israel’s violations, though, are situated within the context of violations themselves, thus breeding further impunity for Israel while eliminating the collective international responsibility towards Palestinians.
  
– Ramona Wadi is a staff writer for Middle East Monitor, where this article was originally published. She contributed this article to PalestineChronicle.com.

http://www.palestinechronicle.com/btselem-report-exposes-israels-pollution-occupied-west-bank/